Geen pillen en poeders meer voor mij

Hele zakken drop werkte Nicky van Kesteren (32) per week weg. Toen zelfs broekmaat 46 niet meer paste, was dat voor haar de druppel. Met Streep-je-Slank viel ze in minder dan een jaar tijd meer dan dertig kilo af en vond ze een eetpatroon dat bij haar past.
“Ik was vroeger heel slank. Maatje 38 zat me als gegoten. Het moment dat ik begon aan te komen, kan ik me niet meer precies herinneren. Waarschijnlijk was het omstreeks de tijd dat ik problemen kreeg op mijn werk. De frustraties daarover ben ik van me af gaan eten. ’s Avonds stopte ik me vol met stukjes kaas en worst. Ik ontbeet nooit, maar nam rond koffietijd rustig een gevulde koek en de hele dag door snoepte ik witte chocolade en drop, heel veel drop. Ik had echt een dropverslaving. Binnen een relatief korte tijd wees de weegschaal dertig kilo meer aan dan daarvoor.
Zo’n vijf jaar lang heb ik maat 46 gehad. Toen ik zelfs in die maat geen passende broeken meer kon vinden, was dat voor mij de druppel. Ik was niet gelukkig met mezelf en zat niet lekker in mijn vel. Eerder had ik al eens pillen van Herbalife en maaltijdvervangende shakes gebruikt om af te vallen, maar dat werkte niet. De eerste maand ging het prima, maar daarna voelde ik me flauw en begon ik ontzettend te verlangen naar normaal eten. Op een gegeven moment heb ik tegen mezelf gezegd: geen pillen of poeders meer, maar alleen een dieet dat echt bij me past.

Verzadigd gevoel
“Je hoort vaak over mensen die dieet na dieet volgen en toch steeds meer aankomen. Dat wilde ik voorkomen. Ik wilde het in een keer goed doen. Een crashdieet en een dieet waarbij je wordt voorgeschreven wat je moet eten, liet ik daarom links liggen. Toen ik in Margriet las over Streep-je-Slank leek dat me het perfecte dieet voor mij. Je krijgt geen regeltjes opgelegd, bepaalt zelf wat je eet en wordt je door het wegstrepen heel bewust van wat je naar binnen werkt. Dat waren voor mij de belangrijkste redenen om in januari 2006 aan Streep-je-Slank te beginnen. In eerste instantie schrok ik toen ik het aantal vakjes zag dat ik mocht wegstrepen. Ik dacht dat ik daar nooit genoeg aan zou hebben. Maar het was elke dag meer dan voldoende. Het gaat niet zozeer om minder eten, maar vooral om een heel andere manier van eten. In plaats van het ontbijt over te slaan, nam ik bijvoorbeeld elke ochtend cruesli met yoghurt. Veel mensen waarschuwden me dat cruesli veel vakjes kost, maar het vult ook goed. Ik heb liever ’s morgens wat meer vakjes en een langdurig verzadigd gevoel, dan dat ik later op de dag val voor de verleiding van wat lekkers.
Tijdens de lunch was ik eraan gewend mijn brood hartig te beleggen, ik heb geleerd dat je beter voor zoet beleg als appelstroop, jam of hagelslag kunt kiezen. Op die manier had ik ’s avonds nog vakjes over voor een stukje vlees. Wat betreft het avondeten ben ik veel creatiever geworden. Voorheen at ik veel eenpansgerechten. Nu serveer ik alles in aparte bakjes: een bakje macaroni, een bakje groenten met gehakt, een bakje saus. Zo kun je precies afwegen hoeveel je mag en kunt hebben. Dat ging als een speer.”